Wat betekent?

en slechts tijdelijk hier vertoefde, kan ik ook niet uitmaken, en in het Meestersboeck aangaande St. Lucasgilde heb je zijn titel te vergeefs gezocht. De plaatsnaam Thygon kan zijn mijzelf in Frankrijk ook ook niet bekend. “Quam je te Delft ofwel yewers daer de pracht is”

Omdat muziekmeesters van beroep kende men toen zo ook niet. Mij is immers gebleken, dat de studenten in het Fraterhuis in een zang en de muziek werden onderwezen, tevens alang zongen ze ook niet meer voor een kerk­dienst mee, zoals de voormalige ‘Broeders des Gemeenen levens’. Dus komt dit mijzelf waarschijnlijk vanwege het Huygh Pietersz, welke zo in een onmiddellijke nabuurschap aangaande genoemde instelling woonde, een man was, die een „eer­bare Jonggesellen binnenshuys instrueerde in een funda­menten over Musijck ende Sang”.

Sedert bleek een schrij­ver betreffende welke oudheden, die ze in 1720 uit dit Latijn ver­taald dit licht deed zien

In de Pepersteeg woonden 2 kleerma­kers, ons schoenmaker en een hoedenmaker in ons eigen huis. De laatste gaf, uitgezonderd 3 stookplaatsen, een fornuis met. Daarenboven waren daar 2 bakkers, welke ieder betreffende 2 ovens en een fornuis werkten.

Naast de brouwerij ‘Int Hoeffyser' woonde Gerrit Fransz. Meerman, een hoofdschout betreffende Delft, welke betreffende 1584-1609 het gewichtig ambt bekleedde. Mevr. Bosboom-Toussaint bezit hem in hoofdhaar ‘Delftsche wonderdocter’ vanuit hoofdhaar rijke fantasie onuitwisbaar neergezet zodra ons forse, vrije, rustige poorter aangaande een fier burgergeslacht, die naast dit bekleden betreffende ons publiek ambt een ander evenement placht uit te oefenen. Meerman was ook graankoper, zoals men het toentertijd noemde.

En tevens nu alsnog, vooral in een kunstwereld, dit ‘Vieux Delft'’ alsmaar zeer gezocht blijft en hoofdhaar titel luide doet klinken. Bovendien vond men met deze gracht alsnog ons ‘solpherpriemmaecker’, het kan zijn een zwavelstokmaker.

Ons overduidelijk bewijs, dat sedertdien ten minste 2 huizen tot één werden verbouwd. Op de grote plattegrond aangaande een plaats Delft, via een zorg en bij toe­zicht aangaande Met Bleyswyck in 1675 en eerstvolgende jaren ver­vaardigd, telt men niet zo huizen, vervolgens in dit kohier betreffende het haardstedegeld over 1637 worden opgegeven en niet zo dan in de legger der verponding aan 1620 voorkomen. Zomede in dit register over het haardstedegeld aan 1600, het het tot gids dient.

Een snijder, die wegens de mindere man de schaar hanteerde, stond tussen de deftige kleermaker en de geringe lapper in. Een oud-kleermaker werd vanwege drie haardsteden aangeslagen in een gedeelte over dit woonhuis van de steenhandelaar bij bekijk hier iemand die deze inwoonde.

Met de zuidzijde van de Achterzak had van ‘Mijnheeren’ (een burgemeesters) een zekere Jeremias van Huelen een huisje gehuurd, waarin deze wanneer ‘coussebreyer’ de kost verdiende.

Men scheen destijds meer dan thans over oordeel te wezen, dat de mens, verlangen is deze niet gans en weet tot een dienst van het loutere materialisme verzinken, wegens ‘een spullen, welke des geestes zijn,’ begaanbaar blijven en ook niet ‘voor brood slechts’ leven dien.  

aangaande der Burch oefenden ook hun nering aan het Oude Delft uit. Een laatste was brouwer ‘Inde Chimbel’ of ‘Ros-bel’ (een korte schel of bel zoals er onder andere met ons narren- ofwel arrentuig wordt tot uw beschikking).

In dit Rietveld vond men verder de korte woonhuis van Maertje Jacobs, welke ‘coppelaerster’ met beroep was. Het verlangen is zeggen het ze een kost verdiende betreffende dit zetten met bloedige koppen voor hare sexegenooten. Dit bedrijf was, evenals het van ‘vroedwijf’, toen nog bijna exclusief in handen over dit zwakkere en talrijkste gedeelte aangaande dit menselijk geslacht. Het aderlaten was vergund met chirurgijns, tegelijk barbiers. Dit scheren gold destijds indien een heelkundige operatie. Een handeling welke overigens op zondagen, biddagen en feestdagen aangaande een Gereformeerde kercke blijkens een keur betreffende 3 augustus 1621 niet was toegestaan ingeval een klok aangaande dit raadhuis ’s ochtends acht uur had geslagen. Een vroedemannen of de vroedschap hielden zichzelf betreffende een stadsbelangen druk, terwijl een artis obstetriciae magistri of vroedmeesters de praktijk hunner wetenschap niet uitoefenden.

Met een noordzijde aangaande een Nieuwstraat, oostwaarts op lopend, zien we de ruime thuis en dit ‘comptoir’ aangaande een notaris publicus Ghijsbert betreffende Wijck. Verder een webwinkel met Annigen Jans ‘lindelaken­coopster’, wier buurman Dirck Jansz ‘glaesmaecker’ van bestaan ambacht was. Juiste einde aangaande een rij woonde toentertijd Hans Berchey, welke ‘cramer’ was betreffende beroep. Dat wil zeggen het deze een winkel hield, waarin hij allerhande daar waar te gebruik aanbood, die een Fransen mercerie noemen: korte voorwerpen aangaande geringe waarde, oudtijds kramerij geheten.

dit voorva­derlijk festival beschikken over uitgeoefend, verder op een Koorn­markt, maar met een overzijde over die gracht, in de sindsdien gesloopte brouwerij ‘Dit Truweel’.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Wat betekent?”

Leave a Reply

Gravatar